Opdelen in percelen: altijd proportioneel?
Het opdelen van een opdracht is percelen kan onder omstandigheden disproportioneel zijn voor (buitenlandse) leveranciers. Een goede afweging van de aanbesteder is geboden.
Het opdelen van een opdracht is percelen kan onder omstandigheden disproportioneel zijn voor (buitenlandse) leveranciers. Een goede afweging van de aanbesteder is geboden.
Een nieuw advies van de CvAE stelt dat het raadzaam is om zoveel mogelijk objectief meetbare criteria uit te vragen en daarbij tevens de mogelijkheid te bieden tot het aanbieden van vergelijkbare alternatieven.
De lat wordt steeds lager gelegd voor inschrijvers om deel te kunnen nemen aan aanbestedingen. Rechtspraak zorgt voor onduidelijkheid bij aanbesteders.
Bij de keuze voor het laten herstellen van gebreken moet een aanbesteder er rekening mee houden dat het zorgvuldigheidsbeginsel zwaarder kan wegen dan het gelijkheidsbeginsel.
De CvAE stelt grenzen aan het opleggen van strenge(re) eisen bij een aanbesteding. Volgens ons werkt deze aanpak belemmerend voor innovaties.
De CvAE gaf in haar advies de grens aan tussen geoorloofd maatwerk en disproportioneel stapelen van kerncompetenties. Stapelen is mogelijk onder strikte voorwaarden.
Hergebruik kan leiden tot voordeel voor de zittende leverancier. De rechter legt uit hoe circulariteit kan worden toegepast met behoud van het level playing field.
Een private inkoopprocedure met rechtstreekse concurrentiestelling en waarbij een ranking tot stand komt kan als aanbestedingsprocedure worden gekwalificeerd. Daarmee worden de aanbestedingsrechtelijke beginselen van toepassing.
In een onlangs gepubliceerde uitspraak ging de voorzieningenrechter in op een situatie waarbij een geschiktheidseis niet strookte met de Aanbestedingswet en wat dat voor gevolgen heeft voor de rechtsverwerking.
De relatieve beoordelingsmethodiek wordt nog steeds gebruikt. Onlangs liet de CvAE zich vernietigend uit over de toepassing van de relatieve beoordelingsmethodiek met ‘rank reversal’.
Gronduitgiftes vallen niet onder de Aanbestedingswet. De Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur gelden daarentegen wél. In hoeverre deze gelden werd recent bekeken door de Rechtbank.
Aanbesteders krijgen vaak te maken met inschrijvers die een kennisvoorsprong hebben. Welke stappen kun je ondernemen om deze kennisvoorsprong te neutraliseren?