Bij onderdrempelige opdrachten kiezen aanbesteders regelmatig voor een meervoudig onderhandse procedure. Wanneer buitenlandse marktpartijen een reëel belang bij de opdracht hebben, kan die keuze onjuist zijn. Advies 824 van de Commissie van Aanbestedingsexperts (CvAE) van 2 april 2026 maakt dit nog eens duidelijk: het onderzoek naar grensoverschrijdend belang is geen formaliteit, maar een verplichte stap vóórdat je een procedure kiest.
Waar draaide het om?
Een aanbesteder zette in september 2025 een meervoudig onderhandse procedure in de markt voor de levering en het beheer van een participatieplatform. De zittende dienstverlener (een Belgische SaaS-leverancier) werd niet uitgenodigd en kwam pas na afloop van de procedure te weten dat deze had plaatsgevonden. De leverancier diende een klacht in bij de CvAE.
De aanbesteder beriep zich op zijn beleidsvrijheid bij de selectie van genodigden en objectieve, non-discriminatoire selectiecriteria had gehanteerd. Zo werden alleen partijen uitgenodigd die scoorden boven de 95% op een websitecheck én een vestiging in Nederland hadden.
Wat zegt de Commissie?
De CvAE verklaart de klacht gegrond. De kern van het oordeel is niet zozeer de keuze voor de selectiecriteria zelf, maar een stap daarvóór. De aanbesteder had eerst moeten onderzoeken of de opdracht een duidelijk grensoverschrijdend belang had. Dat onderzoek had niet plaatsgevonden, of was door de aanbesteder niet aan de CvAE voorgelegd.
De Commissie wijst op de volgende punten:
- De zittende dienstverlener was een in België gevestigde partij. Dat is een sterke aanwijzing van reëel grensoverschrijdend belang.
- Het belang van die buitenlandse partij was niet hypothetisch: de Belgische leverancier leverde de dienst al aan de aanbesteder en had zich, zodra hij van de aanbesteding hoorde, actief gemeld met een verzoek om de stukken in te zien. Dat concrete handelen onderbouwt dat sprake was van een reëel belang, en niet van een schijnklacht.
- Concrete belangstelling van een buitenlandse marktdeelnemer is weliswaar niet doorslaggevend, maar wel een sterke aanwijzing vormt dat sprake is van een duidelijk grensoverschrijdend belang.
- Bij een duidelijk grensoverschrijdend belang geldt op grond van artikel 1.7 sub b Aanbestedingswet 2012 een verplichting tot een passende mate van openbaarheid en had een meervoudig onderhandse procedure mogelijk niet gevolgd mogen worden. Of daarvan sprake was, kon de Commissie bij gebrek aan voldoende informatie over de opdracht niet vaststellen.
Gevolgen voor de praktijk
Deze zaak illustreert een veelgemaakte fout. Aanbesteders starten direct met het inrichten van de procedure, zonder eerst stil te staan bij de vraag óf die procedure wel passend is. Bij onderdrempelige opdrachten is de keuze voor een meervoudig onderhandse procedure niet automatisch toegestaan. Zodra er aanwijzingen zijn dat buitenlandse partijen een reëel belang bij de opdracht hebben (zeker als er al een buitenlandse zittende leverancier is) moet je dit actief onderzoeken en documenteren.
Tips voor aanbesteders
- Onderzoek grensoverschrijdend belang altijd en documenteer dit. Doe dit voordat je de procedure kiest, niet achteraf. Leg vast welke factoren je hebt gewogen. Let op de opdrachtwaarde, de plaats van uitvoering, de technische kenmerken en eventuele bekende buitenlandse marktpartijen.
- Is er een buitenlandse zittende leverancier? Wees extra alert. Dit is een sterke aanwijzing van grensoverschrijdend belang. Overweeg dan of een passende mate van openbaarheid vereist is.
- Kies je toch voor een meervoudig onderhandse procedure? Zorg dat je kunt onderbouwen waarom er géén sprake is van een duidelijk grensoverschrijdend belang.
- Vestigingseis met beleid toepassen. Een eis dat een leverancier een vestiging in Nederland heeft kan discriminerend en disproportioneel zijn, zeker wanneer het gestelde doel ook met minder beperkende middelen bereikt kan worden. Houd daarbij ook rekening met de vestigingsplaats van de aanbesteder en de plaats van uitvoering van de opdracht. Is de aanbesteder gevestigd nabij de grens, of wordt de opdracht daar uitgevoerd? Dan is een vestigingseis in Nederland al helemaal moeilijk te rechtvaardigen. Motiveer deze eis zorgvuldig en toets of hij proportioneel is.






