Het ontbreken van een Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) leidt in de praktijk regelmatig tot uitsluiting van inschrijvers. Maar mag een inschrijver daadwerkelijk worden uitgesloten als het UEA van een dochteronderneming ontbreekt, terwijl op diens draagkracht een beroep wordt gedaan? Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft zich hierover op 22 januari 2026 uitgesproken en biedt aanbesteders meer ruimte voor herstel dan vaak wordt aangenomen.
Achtergrond van de zaak
De Portugese aanbestedende dienst LIPOR schreef een openbare aanbesteding uit voor het vervoer en storten van 75.000 ton afval. PreZero schreef in en deed daarbij een beroep op de draagkracht van haar 100%-dochteronderneming Valor RIB, die beschikte over de vereiste exploitatie- en milieuvergunningen.
Bij de inschrijving had PreZero echter niet het UEA van deze dochteronderneming gevoegd. Een concurrerende inschrijver stelde dat dit gebrek tot uitsluiting moest leiden. De Portugese rechter legde daarop prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie.
Ontbrekend UEA: uitsluiting of herstel?
De kernvraag was vervolgens of het ontbreken van het UEA van die dochteronderneming automatisch tot uitsluiting moest leiden. Het Hof beantwoordt die vraag ontkennend.
Onder verwijzing naar artikel 56, lid 3, van Richtlijn 2014/24 oordeelt het Hof dat aanbesteders inschrijvers mogen verzoeken ontbrekende documenten aan te vullen of te verduidelijken, mits:
- het nationale recht herstel niet uitsluit;
- het gaat om documenten die zien op feiten of hoedanigheden van vóór de inschrijftermijn; en
- herstel plaatsvindt met inachtneming van de beginselen van gelijke behandeling en transparantie.
Het UEA valt expliciet onder deze categorie documenten. Indien een dergelijk document ontbreekt, kan herstel worden toegestaan onder de hiervoor genoemde voorwaarden. Dat geld volgens het Hof ook wanneer het gaat om het UEA van een entiteit op wier draagkracht een beroep wordt gedaan. Uitsluiting mag dan niet het automatische gevolg zijn.
Doorwerking in de Nederlandse aanbestedingspraktijk
Het Hof benadrukt dat herstel van een ontbrekend UEA slechts mogelijk is indien het nationale recht dit niet uitsluit. In de Nederlandse context sluit artikel 2.102 van de Aanbestedingswet 2012 hierbij aan. Dit artikel is gebaseerd op de in de Europese rechtspraak ontwikkelde herstelruimte, waaronder de bekende SAG– en Manova-arresten, en biedt aanbesteders de mogelijkheid om inschrijvers te verzoeken ontbrekende of onvolledige gegevens aan te vullen of te verduidelijken, mits geen sprake is van een inhoudelijke wijziging van de inschrijving en de beginselen van gelijke behandeling en transparantie worden gerespecteerd.
Indien in aanbestedingsstukken expliciet is bepaald dat een document op straffe van uitsluiting moet worden ingediend en het document volledig ontbreekt, zal in beginsel tot uitsluiting moeten worden overgegaan. De ruimte voor herstel ziet in dat geval met name op situaties waarin het document wel is ingediend maar onvolledig of onjuist is en aanvulling niet leidt tot een inhoudelijke wijziging van de inschrijving. Buiten die situatie kan het ontbreken van een UEA, afhankelijk van de omstandigheden, als een herstelbaar gebrek worden aangemerkt en hoeft dit niet automatisch tot uitsluiting te leiden.
Betekenis voor de praktijk
Deze uitspraak bevestigt en versterkt de lijn dat uitsluiting geen automatisme mag zijn bij formele gebreken in de inschrijving. Voor aanbesteders betekent dit:
- beoordeel eerst of sprake is van een herstelbaar gebrek voordat tot uitsluiting wordt overgegaan;
- kijk of uit de inschrijving al blijkt op welke entiteit een beroep wordt gedaan;
- controleer of de relevante informatie betrekking heeft op de situatie vóór de inschrijftermijn;
- en borg dat een herstelverzoek objectief, transparant en voor iedereen gelijk toepasbaar is.
Voor inschrijvers onderstreept de uitspraak het belang van zorgvuldigheid bij het indienen van UEA’s, maar biedt zij ook bescherming tegen disproportionele uitsluiting bij kennelijke omissies.
Conclusie
Het Hof van Justitie maakt duidelijk dat het ontbreken van het UEA niet zomaar tot uitsluiting mag leiden. Zowel het ontbreken van het eigen UEA als dat van een entiteit op wier draagkracht een beroep wordt gedaan, kan onder omstandigheden worden hersteld. Herstel is mogelijk, en soms zelfs geboden, zolang geen sprake is van een inhoudelijke wijziging van de inschrijving, de relevante informatie betrekking heeft op de situatie vóór de inschrijftermijn en de beginselen van gelijke behandeling en transparantie worden gerespecteerd. Deze uitspraak biedt aanbesteders duidelijke handvatten om proportioneel om te gaan met formele gebreken en onnodige uitsluitingen te voorkomen.






