Het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) heeft op 12 februari 2026 een arrest gewezen over de uitleg van het verbod om opdrachten of concessies te gunnen aan Russische partijen, waaronder partijen handelend namens of op aanwijzing van Russische personen. Dit verbod is opgenomen in de Verordening (EU) nr. 833/2014 (hierna: de Verordening) en is onderdeel van het sanctiepakket tegen Rusland.
In deze zaak ging het om een Italiaanse dochteronderneming met een Italiaanse moedermaatschappij. Twee van de drie bestuursleden hebben de Russische nationaliteit, waarvan één van die Russische personen de enig bestuurder is van de moedermaatschappij.
Het Hof moest zich buigen over de volgende centrale vraag:
Mag een aanbesteder een opdracht gunnen aan een in de EU gevestigde onderneming waarvan (sommige) bestuurders de Russische nationaliteit hebben? Of geldt het verbod om te gunnen aan Russische partijen, wat onderdeel is van het sanctiepakket tegen Rusland.
Oordeel van het Hof
Het Hof oordeelt kortgezegd dat het enkele feit dat een onderneming (een aantal) Russische bestuurders heeft niet automatisch betekent dat de opdracht niet aan die onderneming mag worden gegund. De Russische nationaliteit van de bestuurders, maakt op zichzelf nog niet dat de onderneming handelt “namens of op aanwijzing van” een Russische entiteit in de zin van het sanctieregime.
De aanbesteder echter moet wel vooraf een volledig onderzoek doen naar eventuele feitelijke zeggenschap door Russische personen, om uit te sluiten dat er een aannemelijk risico bestaat dat publieke middelen naar de Russische economie worden doorgesluisd.
Belangrijkste overwegingen van het Hof
- Het verbod in de Verordening is bedoeld om omzeiling van sancties te voorkomen. Het omvat volgens het Hof ook situaties waarin Russische personen of entiteiten feitelijke controle uitoefenen, ook als zij geen meerderheidsbelang hebben.
- De term “entiteit als bedoeld in de zin van de Verordening moet ruim worden uitgelegd: het gaat niet alleen om entiteiten, maar om alle (rechts)personen die onder de reikwijdte van het sanctieregime vallen.
- Nationale bepalingen van het burgerlijk wetboek over het vennootschapsrecht zoals “leiding” vs. “bestuur” zijn volgens het Hof voor de kwalificatie niet relevant.
- Overheidsmiddelen komen in toe aan de vennootschap en haar aandeelhouders, in beginsel niet direct aan bestuurders. De nationaliteit van een bestuurder is daarom op zichzelf onvoldoende om een verbod te activeren.
- Alleen wanneer uit omstandigheden blijkt dat een Russische bestuurder feitelijk zeggenschap heeft dat leidt tot risico op doorsluizen van middelen, valt de onderneming onder de verboden van de Verordening.
Onderzoeksplicht aanbesteder volgens het Hof
Bij inschrijvers die niet in Rusland zijn gevestigd, maar wel (mede) worden bestuurd door Russische onderdanen moeten aanbesteders volledig onderzoek verrichten naar alle juridische en feitelijke omstandigheden. Dat onderzoek moet onder meer het volgende omvatten:
- Eigendoms‑ en zeggenschapsstructuur: is er sprake van juridische of feitelijke zeggenschap door Russische personen of entiteiten? Denk aan bestuursbevoegdheden, financieringsconstructies, vroegere eigendomsverhoudingen en operationeel/bestuurlijk optreden.
- Persoonlijke en professionele banden en eerdere betrokkenheid: bestaan er aanwijzingen van samenwerking, coördinatie of eerdere banden met gesanctioneerde entiteiten, inclusief verklaringen van derden en andere concrete, nauwkeurige en overeenstemmende aanwijzingen?
- Risicoanalyse: is er een aannemelijk risico dat middelen uit de opdracht (direct of indirect) naar de Russische economie worden gesluisd, gelet op de aard en het doel van transacties en de feitelijke invloed van betrokken bestuurders?
Ons advies aan aanbesteders
Aanbesteders hoeven inschrijvers met Russische bestuurders niet automatisch uit te sluiten, maar moeten wel een volledig onderzoek uitvoeren. Controleer daarbij:
- Eigendom en zeggenschap: wie heeft feitelijke invloed, ook zonder meerderheidsbelang?
- Risico‑indicatoren: recente wisselingen van eigendom of bestuur, financiering via Russische partijen, complexe structuren.
- Governance‑informatie: bevoegdheden van bestuurders, interne mandaten, eerdere banden met gesanctioneerde entiteiten.
Leg duidelijk vast waarom het risico wel of niet aannemelijk is, en herhaal deze toets ook tijdens de uitvoering bij bestuurswijzigingen.
Heeft u nog vragen over vragen over de onderzoeksplicht of over andere lopende aanbestedingen? Neem gerust contact met ons op. Wij denken graag met u mee.






