Let op: dit artikel is gebaseerd op een uitgelekte/onofficiële conceptversie van de nieuwe Europese aanbestedingsverordening. De officiële publicatie door de Europese Commissie wordt later dit jaar verwacht. Tot die tijd kan de tekst nog op belangrijke punten wijzigen. Wij houden de ontwikkelingen voor u in de gaten en informeren u zodra er meer duidelijkheid is.
Na jaren van drie afzonderlijke richtlijnen (klassiek, nutssectoren en concessies) lijkt de Europese Commissie te kiezen voor één geïntegreerde verordening. Dat betekent: rechtstreekse werking in alle lidstaten, zonder nationale omzettingswetgeving. Wat zijn de implicaties voor aanbesteders van deze verordening?
Eén verordening, directe werking
De huidige richtlijnen 2014/23, 2014/24 en 2014/25 worden ingetrokken. Doordat een verordening rechtstreeks doorwerkt, vervalt de huidige ruimte die lidstaten nu hebben om regels nationaal in te vullen of aan te scherpen.
Meer transparantie, ook onder de huidige drempels
Aanbesteders moeten jaarlijks een openbaar “Needs Plan” publiceren met hun geplande inkopen voor de komende periode. Ook opdrachten en contractwijzigingen vanaf €10.000 moeten worden gemeld in een nationaal dataplatform. Marktconsultaties worden daarbij een vast onderdeel van de voorbereiding en zijn niet langer vrijblijvend.
Gunnen op basis van prijs en kwaliteit
Gunning op basis van de beste verhouding tussen prijs en kwaliteit wordt de standaard, met een verplichte minimale kwaliteitsweging van 30%, oplopend tot 50% bij arbeidsintensieve diensten. Uitsluitend op laagste prijs gunnen blijft mogelijk, maar moet expliciet worden gemotiveerd in de aankondiging.
Nieuwe procedures
Onderhandelen wordt de norm via een nieuwe procedure, de zogenoemde ‘Open Negotiated Procedure’. Hierbij mag elke geïnteresseerde partij direct reageren en een offerte indienen, waarna de aanbesteder in rondes kan onderhandelen en het aantal deelnemers kan terugbrengen. Onderhandelen is dan niet langer voorbehouden aan bijzondere gevallen, maar standaard beschikbaar binnen een open procedure. Daarnaast komt er een vereenvoudigde procedure voor standaardproducten (zonder selectiecriteria) en een aparte procedure voor innovatieve oplossingen, de ‘Innovation Challenge’, met een eigen beoordelingskader in plaats van klassieke gunningscriteria.
Kortere raamovereenkomsten, verplicht maximum
De looptijd van een raamovereenkomst met één partij wordt beperkt tot 3 jaar en bij meerdere partijen geldt een maximum van 5 jaar. Voor sectoren die nu langere looptijden gewend zijn, zoals de nutssector, kan dit een merkbare verkorting betekenen. Nieuw is dat de verplichting om vooraf een maximale waarde vast te stellen nu rechtstreeks in de wettekst wordt vastgelegd. Momenteel volgt dat alleen uit rechtspraak van het Europese Hof van Justitie.
Strenger op contractwijzigingen
Kleine wijzigingen aan een lopend contract blijven mogelijk. Maar hoe groter de wijziging tijdens de looptijd van een contract, hoe strenger de transparantie-eisen die daarvoor gaan gelden. Vanaf een bepaalde omvang moet vooraf gepubliceerd worden, en bij substantiële wijzigingen is in sommige gevallen zelfs een nieuwe procedure verplicht.
Sterkere Europese voorkeur
Er komt een raamwerk voor Europese preferentie. Aanbesteders krijgen de mogelijkheid om toegang tot opdrachten te beperken of prijsvoorkeur toe te passen voor partijen buiten de EU en landen zonder handelsakkoord met de EU. Dit is in principe een eigen keuze, maar de Europese Commissie kan dit alsnog verplicht stellen, gericht op specifieke derde landen of op specifieke sectoren via aparte EU-wetgeving.
Duurzaamheid krijgt een eigen kader
Naast het bestaande uitgangspunt dat aanbesteders milieucriteria mogen meewegen, komt er een apart hoofdstuk over groen aanbesteden, met expliciete aandacht voor circulaire economie (herstel, hergebruik, refurbishment) en efficiënt energiegebruik als uitgangspunt bij inkoop. Voor een aantal specifieke productgroepen komt er bovendien een geharmoniseerd, verplicht kader voor milieueisen. Belangrijk is wel dat voldoen aan de wettelijke milieuminimumeisen op zich niet genoeg is. Om als groen aanbesteden te tellen, moet er meer gebeuren dan alleen aan die basisverplichtingen voldoen.
Toezicht en fraudedetectie
Lidstaten moeten een nationale aanbestedingstoezichthouder aanwijzen en instrumenten inzetten om fraude en corruptie in aanbestedingsprocedures te detecteren.
Wat betekent dit voor aanbesteders?
Dit geeft een goed beeld van wat u kunt verwachten, maar deze regelgeving ligt nog niet vast. Er moet nog een volledig wetgevingstraject doorlopen worden, met de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement, en op onderdelen zijn nog enkele punten in beweging, zoals de reikwijdte van de Europese preferentie en de uitwerking van het groene kader. Wij volgen het proces op de voet en adviseren u graag over wat dit concreet voor uw lopende en toekomstige aanbestedingen kan betekenen.






